mei 2011: minister stopt vergoeding tolken in de zorg

De Minister van VWS, mw. Schippers, heeft in een brief aan de Tweede Kamer laten weten van plan te zijn om met ingang van 1 januari 2012 tolkdiensten in de gezondheidszorg niet meer te vergoeden.

Communicatie is een vitaal onderdeel van de gezondheidszorg. Patiënten die niet begrijpen waarom een behandeling wordt gegeven, werken er meestal ook niet aan mee. Taalproblemen vormen een belangrijke drempel voor goede zorg. 

De minister vindt dat patiënten zelf verantwoordelijk zijn voor het machtig zijn van de Nederlandse taal. Ik ben het met haar eens dat het een goede zaak is dat ingezetenen van dit land de Nederlandse taal spreken. De realiteit is echter dat dit, om verschillende redenen, veel mensen niet lukt. In België bleek uit onderzoek dat zich bij gemiddeld 25 % van de consulten in algemene ziekenhuizen in grote steden een taalprobleem voordeed. Er is weinig reden te veronderstellen dat dit in Nederland anders ligt. Het niveau van taalbeheersing dat het Inburgeringsexamen eist is dat van een basisgebruiker: men moet in staat zijn te communiceren in alledaagse situaties en over vertrouwde en alledaagse onderwerpen. Een gemiddeld consult in de gezondheidszorg valt daarbuiten. De minister stelt dat patiënten die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen iemand mee moeten nemen die dit wel kan.

Al het wetenschappelijk onderzoek naar het functioneren van deze informele tolken wijst er op dat deze niet het gesprek vertolken, maar als gesprekspartner optreden. Ze vertellen de dokter wat er met de patiënt aan de hand is, ze beantwoorden vragen van de dokter en soms geven ze een sterk samengevatte versie van wat er werd gezegd door. Het gesprek gaat over het hoofd van de patiënt heen. Het leidt eerder tot misverstanden dan dat het die oplost. Dat er veel kwalen bestaan waarover je in het bijzijn van een kennis of familielid liever helemaal niet wil spreken, is dan nog een niet onbelangrijke complicerende factor. Daar komt nog bij dat hiertoe vaak kinderen van school worden weggehouden. Ook blijkt uit onderzoek dat artsen meer medicatie voorschrijven dan nodig is wanneer er in het consult een taalprobleem is. Falende communicatie leidt tot de opeenvolging van zinloze consulten waarin arts en patiënten elkaar volstrekt niet begrijpen maar er wel een behandeling wordt voorgeschreven die vaak niet wordt opgevolgd. Helaas is dit nergens systematisch gekwantificeerd – maar dat dit geld kost is duidelijk. Wie is verantwoordelijk voor inhoudelijk slechte zorg?

Uit onderzoek in de VS komt naar voren dat het lukt om de resultaten van de zorg aan niet lingua franca sprekers gelijk te krijgen aan die van mensen die de taal wel spreken wanneer
professionele tolken worden ingeschakeld en de hulpverleners zijn geschoold om met tolken samen te werken.

De minister stelt dat het een patiënt vrij staat om een professionele tolk in te schakelen. De meeste patiënten die de taal niet beheersen, behoren echter tot de economische onderklasse.

Hulpverleners zijn via een aantal zorgwetten verplicht er voor te zorgen dat ze in begrijpelijke taal met hun patiënten communiceren. Zonder tolk is dit vaak niet mogelijk. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft daarom in 2005 veldnormen opgesteld voor de inzet van tolken. Deze komen er heel in het kort op neer dat het de taak van de hulpverlener is om een professionele tolk in te schakelen wanneer hij dat nodig acht. Hulpverleners kunnen straks op eigen kosten, of die van de instelling, een tolk inschakelen. Dan komen de kosten dus elders in de zorg terecht. Geen bezuiniging dus, wel een verplaatsing van de kosten. De kans bestaat echter dat instellingen de redenering van de minister volgen en zullen weigeren de kosten op zich te nemen. Dit zal zeker leiden tot verschraling en verslechtering van de zorg aan een kwetsbare groep patiënten.

Het inschakelen van tolken in de zorg heeft te maken met het recht op zorg en de toegankelijkheid van de zorg voor alle ingezetenen. Bij Justitie is veel expertise opgebouwd over het tolken. Via de Wet Beëdigde Tolken en Vertalers wordt hard gewerkt aan het verhogen van de kwaliteit van het tolken en vertalen. Het past VWS om zich hierbij aan te sluiten en een taalbeleid te ontwikkelen voor de zorg. De infrastructuur is in Nederland aanwezig: er zijn tolken, er is een goed functionerende bemiddelingsdienst die tolken en hulpverleners samenbrengt en er zijn zorgwetten die hulpverleners verplichten om in begrijpelijke taal te communiceren. Een taalbeleid moet er op gericht zijn om deze infrastructuur optimaal te benutten, niet om deze ongebruikt terzijde te schuiven.

0 reacties

Er is nog niet gereageerd.

Plaats de eerste reactie!

Plaats een reactie: