Tolken vormen de hoofdstructuur van de interculturalisatie

 Er is de afgelopen decennia hard gewerkt om de zorg aan inwoners van allochtone afkomst op hetzelfde niveau te krijgen als de zorg aan autochtone Nederlanders. De taalbarrière bleek telkens weer het belangrijkste obstakel te zijn voor goede zorg aan deze groep patiënten. Maar met de inzet van professionele tolken bleek het mogelijk om ook aan niet-Nederlands sprekenden op een hoog niveau zorg te verlenen.

Tolken zorgen voor een directe verbinding tussen hulpverlener en patiënt. Ze zorgen er op die manier voor dat de diverse initiatieven op het gebied van de interculturalisatie kunnen worden uitgevoerd. Tolken vormen de  hoofdstructuur voor de interculturalisatie.  

Nu de Minister heeft besloten de inzet van tolken in de zorg niet langer te vergoeden,  staat de interculturalisatie van de zorg onder zware druk.

Wat gaat er gebeuren?

Met ingang van 1 januari 2012 vergoedt het Ministerie van Volksgezondheid  niet langer de inzet van tolken in de zorg. Het Ministerie van Justitie zet de vergoeding wel voort. Dit betekent dat voor de hulp aan asielzoekers, verzekerd volgens de Regeling Ziektekosten Asielzoekers, wel door de overheid bekostigde tolken ingezet kunnen worden.

Wat gaat dit betekenen voor de zorg en voor de tolken?

Niet-Nederlands sprekende patiënten zijn veelal financieel weinig draagkrachtig. Zij zullen zich geen professionele tolk kunnen veroorloven. Indien de inzet van een tolk dus toch echt nodig is, zullen de kosten bij de instelling komen te liggen.

Instellingen ontwikkelen momenteel beleid om met alle aankomende bezuinigingen om te gaan. Voor zover nu bekend, gaat men in de ggz in het algemeen van het volgende uit:

* de inzet van informele tolken (familie, kennissen) wordt afgewezen

* twee- of meertalige hulpverleners zullen vaker worden ingezet voor de behandeling van hun taalgenoten

* het gebruik van gebrekkig Nederlands of een contacttaal (zoals Engels) wordt aangeraden

* alleen wanneer het ‘echt’ nodig is, mag een professionele tolk worden ingeschakeld, en dan alleen nog via de telefoon.

Daarnaast worden er, vooral in de algemene zorg, allerlei ‘creatieve’ oplossingen bedacht, variërend van de inzet van tweetalige werknemers en studenten als ‘tolk’ tot het ontwikkelen van ‘vertaaltools’ voor specifieke ziektebeelden.

Naast de verschraling van de zorg aan niet-Nederlands sprekenden, betekent dit ook een  uitholling van het vak van de tolken. Opnieuw blijkt weer dat velen er van uit gaan dat iedereen die twee talen beheerst, ook kan tolken. Tolken zijn er op getraind om alles wat er wordt gezegd te vertalen – hoe triviaal iets op het eerste gehoor ook mag klinken: niet professionele tolken blijken dat heel slecht te doen. En op het vlak van de neutraliteit heeft de professionele tolk een grote voorsprong. Zo blijkt uit onderzoek dat juist meertalige hulpverleners die als tolk optreden veel vertaalfouten maken: ze blijken hun rol als hulpverlener slecht uit te kunnen schakelen. Hun eigen opvatting over hoe het hulpverleningsproces moet verlopen en hun eigen professionele interpretatie van wat de patiënt zegt, verdisconteren ze in de vertaling. Hiermee wordt het voor de uiteindelijk verantwoordelijke hulpverlener moeilijk om in te schatten wat er aan de hand is en wat de patiënt begrijpt. Dit geeft te denken over de inzet van studenten als ‘tolk’.

De nadruk op het werken via de telefoon – duidelijk veel goedkoper voor de afnemers – betekent extra druk op de tolken. Het werken via de telefoon is vermoeiender dan een persoonlijke dienst. Bovendien is er op die manier geen direct contact met de afnemers van de diensten en aan feedback op het werk. Het geïsoleerd werken vanuit de eigen werkkamer kan nooit goed zijn voor de professionele ontwikkeling van de tolken. Bemiddelingsorganisaties voor tolken doen er goed aan hier alert op te zijn en er voor te zorgen dat hier tegenwicht aan wordt geboden.

0 reacties

Er is nog niet gereageerd.

Plaats de eerste reactie!

Plaats een reactie: