De informant, de liaison, de tolk en de heroïne

 Deze kop in NRC-Handelsblad van 18 januari 2008 klinkt als de titel van een spannende film – zoiets als the Cook, the Thief, his Wife & her Lover.  Maar helaas, dit spannende verhaal speelt zich in de realiteit af en een tolk is hier in moeilijkheden geraakt. Waar gaat het hier om? Het draait allemaal om een grote heroïne smokkelzaak tussen Turkije en Nederland. Een zaak zoals er zo velen zijn,  maar in deze kwestie zijn er problemen rond een informant, rond een liaison officer in Ankara en uiteindelijk rondom een tolk Turks. Deze tolk is al 20 jaar betrokken bij grote onderzoeken naar de Turkse drugsmaffia. Veel rechercheurs vinden hem geweldig. Maar door zijn solistisch optreden heeft hij ook veel vijanden gemaakt. Onder andere is de liaison niet langer zijn vriend. Deze spreekt hierover met de AIVD die op zijn beurt een onderzoek start naar de betrouwbaarheid van de tolk. Dit alles volgens NRC-Handelsblad. Wat moeten we met een dergelijk bericht? Afdoen als ‘dit is mijn probleem niet’ of het bezien als een risico dat je als tolk kunt lopen en je afvragen hoe je dat zou kunnen voorkomen? Ik kies voor het laatste.

De positie van de tolk in politieonderzoeken is precair. De tolk rapporteert zijn/haar vertalingen,  afhankelijk van de situatie moet dit ‘letterlijk’ gebeuren of mag worden samengevat. Iedereen weet wel dat ‘alles’ rapporteren een onmogelijke zaak is – dus de tolk maakt altijd keuzes, ook als ‘alles’ gerapporteerd moet worden. Ook inhoudelijk is het ingewikkeld. Er wordt gesproken over een ‘zak sinasappelen’ – maar gaat het daar ook wel om? Of moet de tolk er op wijzen dat in eerdere gesprekken die sinasappels toch echt voor iets heel anders stonden? Op die manier fungeert de tolk ook als opsporingsambtenaar  – zonder dat dit overigens officieel zijn positie is. Voeg daarbij de absolute vertrouwelijkheid die in acht moet worden genomen en het is duidelijk dat de tolk in politieonderzoek een bijzonder grote verantwoordelijkheid draagt.

Wat mij opvalt in de berichtgeving is dat er over ‘solistisch optreden’ wordt gesproken. In een situatie als deze lijkt dat me niet verstandig. Het is makkelijk genoeg om in een onderzoek te ver te gaan in het overnemen van de rol van opsporingsambtenaar of om door te gaan op een eenmaal ingeslagen pad terwijl dat eigenlijk niet meer verstandig is. In complexe situaties is het zoeken van second opinion, samenwerking en overleg met collega’s geen teken van zwakte maar van professionaliteit. Dat lijkt me de les die uit deze berichtgeving kan worden getrokken.

0 reacties

Er is nog niet gereageerd.

Plaats de eerste reactie!

Plaats een reactie: